|
Geschreven door Marja Mostert
|
In 1829 AD (1545 AM) werd Boulos Ghabrial geboren, zoon van rechtschapen, Godminnende ouders in het dorpje Galad, 27 km zuidwest van Mallawi in het Bisdom Dairout. Hij werd naar de kerkschool gestuurd en zijn leraar Roufaïl ontfermde zich over hem. Leerde hem lezen, schrijven, rekenen, bijbelse geschiedenis en de psalmen, geestelijke liederen en de psalmgezangen. Hij was erg intelligent en zeer leergierig. Toen hij acht jaar oud was werd zijn moeder ernstig ziek en stierf een paar weken later, haar enig kind achterlatend. Omdat hij heel graag bad en psalmen oplas vond hij in God de voldoening voor zijn gevoelens; het vulde zijn hart en gaf hem troost. Op vijftienjarige leeftijd werd hij beroemd onder zijn collega's en de priesters droegen hem voor aan Anba Youssab, de bisschop van het Bisdom, die hem tot diaken wijdde tijdens zijn bezoek aan de dorpskerk. Boulos voegde zich in het klooster van d Maagd Maria (El-Mojarraq) waar hij geliefd was door iedereen in het klooster en werd vervolgens in 1848 AD (1546 AM) op de leeftijd van negentien jaar gewijd met de naam Pater Boulos El-Moharraqi. Hij onderscheidde zich door zijn geduld, zelfbeheersing en belangstelling in het geven van aalmoezen. Bisschop Yacoubos van El-Mina hoorde over pater Boulos en vroeg hem naar zijn residentie te komen en bij hem te blijven. Pater Boulos werkte dag en nacht en veranderde de residentie van de bisschop in een opvanghuis voor de armen. Nadat hij gedurende vier jaar de bisschop geholpen had drong zijn verlangen naar eenzaamheid met God hem aan om bisschop Yacoubos te verzoeken hem terug te laten keren naar het klooster. De bisschop wijdde hem toen tot priester en stond hem toe in 1863 terug te keren naar het klooster.
Als gevolg van een verandering van abt van het klooster kozen de monniken hem tot de nieuwe abt; hij opende de deuren van het klooster voor de armen. Vele jonge mannen hoorden over deze grote monnik en kwamen hem vragen hen te onderwijzen - binnen korte tijd bereikte hun aantal ongeveer veertig. Ondanks deze grote verrichtingen vonden sommige leden van het klooster dat hij geldmiddelen verspilde en vroegen hem vervolgens het leiderschap van het klooster over te dragen.
Pater Boulos ging met vier discipelen naar Cairo om bisschop Marcos van El-Boheira te ontmoeten die ook de plaatsvervangende paus was (d.i. zaakwaarnemer voor de kerk na het overlijden van de paus tot de keuze van de opvolger). De vijf vroegen toestemming om naar het klooster van Anba Bishoy in de Natroun Vallei te mogen gaan waar zij een korte tijd verbleven. Daarna gingen zij in 1871 AD (1587 AM) naar het El-Baramous klooster. Toentertijd was pater Youhanna El_Nassekh abt van dat klooster, later was hij paus Kyrillos V. Hij was blij hen te ontvangen en bood hen cellen aan om te verblijven.
Pater Boulos wijdde al zijn tijd aan gebeden en studie, maar zijn intense liefde voor de armen hield niet op; hij hield van de Arabieren die in de omgeving van het klooster woonden en deelde alles wat hij had met hen - zelfs zijn kleding.
Na het overlijden van aartsbisschop Isaac El-Fayoum en Giza, werden paus Kyrillos V en de bevolking van El-Fayoum het eens over de inwijding van pater Boulos tot bisschop Abraam, bisschop van El-Fayoum en Giza in Abib 1597 AM (1881 AD). Staatslieden en bestuurders vonden rust in zijn aanwezigheid en de eenvoudige woning van de bisschop werd voor hen een toevluchtsoord.
Op een dag nodigde Anba Abraam alle christenen uit voor de lunch. Er waren veel verschillende gasten. Rijke en arme mensen zaten samen aan tafel. De kok serveerde de beste gerechten aan de rijken en wat er overbleef ging naar de armen. Toen Anba Abraam kwam om te bidden en het eten te zegenen was hij teleurgesteld om wat de kok had gedaan. Hij stond op, legde al het eten bij elkaar en gaf iedereen evenveel, de rijken zowel als de armen. Dit getuigd van de liefde welke Anba Abraam ons leert.
Eens kwam een arme vrouw bij de heilige en vroeg hem om wat geld. Zij had het hard nodig. Anba Abraam had geen geld bij zich, maar hij had een nieuwe schouderdoek die hij nooit gebruikte, "Mijn dochter," zei hij "Ik heb geen geld te geven. Maar neem deze schouderdoek, verkoop hem en gebruik het geld." De vrouw nam de doek en ging naar de markt om het te verkopen. De man die de schouderdoek aan Anba Abraam cadeau gedaan had zag haar daar. Snel kocht hij, zonder iets te zeggen de schouderdoek. Hij bracht deze terug naar de heilige en zei: "Vader, waarom gebruikt u de schouderdoek niet? U heeft het nodig: het is een koude winter." Maar de heilige zei: "Mijn zoon, de schouderdoek is boven mij." Hiermee bedoelde hij dat de bescherming van Christus kwam. De man gaf hem de schouderdoek terug.
In 1893 had Anba Abraam last van zijn been en de doktoren besloten het te amputeren. Toen één van zijn geestelijke kinderen hem dit vertelde, glimlachte hij, zoals gewoonlijk en zei; "Ik ben ervan overtuigd dat God dit niet laat gebeuren." Na twee maanden was hij helemaal genezen en hij ging naar de kerk om God te prijzen. Het was erg druk in het huis van de bisschop. De mensen hielden palmbladeren vast en zwaaiden verheugd met olijftakken.
Nadat hij 33 jaar als bisschop gediend had, rijk van intense omgang met God en werkelijke aanbidding, iedereen oprecht dienende, gebruikmakend van zijn gave van genezing en uitdrijving van kwade geesten, lag hij een maand lang ziek op bed. Het volk verzamelde zich voor zijn zege, vooral toen zij wisten dat hij weigerde om een dokter te laten komen. Hij zei: "Ik vlieg naar de Here Jezus." Op donderdag 2 baouna 1630 AM (9 juni 1914 AD), na zonsondergang vertrok onze gezegende vader naar het paradijs. Men schat dat meer dan vijfentwintigduizend mensen, christenen en moslims, waaronder vele hoogwaardigheidsbekleders tijdens de begrafenis aanwezig waren.
De geschiedenis van Anba Abraam is nog niet beëindigd. In ieder Egyptisch gezin is er nog veel over hem te vertellen omdat hij echt een Godvrezende man was. Er zijn vele voorbeelden over de wonderen van deze heilige.
Er was eens een jongen die niet kon lopen. Hij was door vele doktoren onderzocht maar zij konden niets voor hem doen. De vader van het kind besloot toen het graf van Sint Abraam te bezoeken. Daar bleven vader en zoon de gehele dag. 's Nachts sliepen zij vlak naast het graf. Om middernacht werd het kind schreeuwend wakker. Hij zei dat iemand hem op zijn been had geslagen en hem zei dat hij moest opstaan. "Hij nam mij bij de hand en hielp mij overeind en nu sta ik op mijn benen en voel geen pijn." De vader van het kind huilde tranen van vreugde en was dankbaar dat Sint Abraam terug was gekomen om zijn zoon te genezen door zijn gebeden tot Christus onze Heer.
Op de derde dag van baouna 1680 AM (10 juni 1964 AD) vierde de kerk de vijftigste verjaardag van zijn overlijden onder begeleiding van de overleden paus Kyrillos VI in de grote hal van de Sint Marcus Kathedraal te Cairo. Alle kerken in de Zetel namen deel aan de diep religieuze en geestelijke vieringen. De Heilige Synode verklaarde Sint Abraam toen heilig.
Moge de gebeden van deze hedendaagse heilige met ons zijn. Amen.
|