sluiten

Laatste nieuws

Op 6 juli jl. is een delegatie van de Kopten uit Nederland op bezoek geweest bij Zijne Heiligheid Paus Shenouda III in Caïro. Aan Z.H. is het voorstel voor de vieringen met betrekking tot het jubileum voorgelegd. Ook is Z.H. getoond hoe ver men was met het Koptisch Cultureel Centrum in Amsterdam en wat de vorderingen waren in de Kerk van de Aartsengel Michaël en St. Antonius in Eindhoven. Zijne Heiligheid is tevens uitgenodigd om Nederland te komen bezoeken ter ere van het Zilveren Jubileum, de opening van het Culturele Centrum en het inwijden van de Kerk in Eindhoven. De Paus heeft de uitnodiging geaccepteerd en zal – als God het wil- op 16 en 17 oktober in Nederland zijn.

Voor speciale diensten en bijzonderheden verwijzen wij u naar de Agenda.

 

Nieuws
Het vasten in de Koptische kerk
PDF Afdrukken E-mail
Artikelindex
Het vasten
Hoe vasten wij?
Belangrijke opmerkingen omtrent het vasten
Wat zijn de vastenperiodes in de Koptische kerk?
Alle pagina's

Het vasten is het oudste gebod dat de mens (Adam) kreeg van God, toen God zei dat hij van alles mocht eten behalve van een boom (Genesis 2: 16, 17). God legde het lichaam grenzen op die niet overschreden mochten worden, opdat de mens boven het lichamelijke uit mocht stijgen. Maar het lichamelijke ging de mens overheersen. De Heer Jezus Christus vastte zelf veertig dagen en nachten voordat hij zijn taak op zich nam, in weerstand tegen de duivel. Hij liet zien dat de mens niet louter lichamelijk is en dat het voedsel het woord Gods is. "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van ieder woord dat uit de mond van God komt" (Mattheus 4: 4).

De profeten vastten: De profeet David zei: "Ik verootmoedigde mij met vasten" ( Psalm 35:13), : "mijn knieën knikken van het vasten, mijn vlees is vermagerd, zonder vet" ( Psalm 109:24).

Daniël zei: "smakelijke spijzen at ik niet, vlees noch wijn kwamen in mijn mond" ( Daniel 10:3).

De apostelen vastten ook. Petrus kreeg erge honger en smachtte naar voedsel: "hij werd hongerig en verlangde naar eten" (Handelingen 10:10), en ook Paulus diende God "in verdrukking, nood en benauwdheid, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten" (II Corinthiërs 6: 5).