|
|
|
Pagina 1 van 4 Het vasten is het oudste gebod dat de mens (Adam) kreeg van God, toen God zei dat hij van alles mocht eten behalve van een boom (Genesis 2: 16, 17). God legde het lichaam grenzen op die niet overschreden mochten worden, opdat de mens boven het lichamelijke uit mocht stijgen. Maar het lichamelijke ging de mens overheersen. De Heer Jezus Christus vastte zelf veertig dagen en nachten voordat hij zijn taak op zich nam, in weerstand tegen de duivel. Hij liet zien dat de mens niet louter lichamelijk is en dat het voedsel het woord Gods is. "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van ieder woord dat uit de mond van God komt" (Mattheus 4: 4). |





